Onze missie
Vzw Huize Sint-Vincentius begeleidt jongeren die zich in een kwetsbare leefsituatie bevinden. De jongeren zelf en alle betrokken personen uit hun leefomgeving maken deel uit van deze begeleiding. Ieders belang krijgt in het begeleidingsproces een plaats. Het doel is de kansen op de verschillende levensdomeinen en het zich verbonden voelen met de samenleving te vergroten. We gaan hiervoor samen op zoek naar de aanwezige krachten, talenten en beperkingen, bij de jongeren en bij hun context. Diezelfde zoektocht doen we bij de medewerkers van de organisatie. Op deze manier willen we komen tot het gepast opnemen van verantwoordelijkheden.
Onze visie
  • We staan voor een kwaliteitsvolle hulpverlening. Belangrijk hierbij is dat de hulpverlening gebaseerd is op wetenschappelijk onderbouwde denkkaders en methodieken, dat deze hulpverlening geboden wordt door medewerkers met professionele werkattitudes en tenslotte dat de kwaliteit van hulpverlening geëvalueerd en bijgestuurd wordt.
  • Het hulpaanbod bestaat uit verschillende hulpverleningsvormen, modules genaamd. Deze modules zijn: contextbegeleiding, dagbegeleiding in groep, verblijf, kamertraining, autonoom wonen en crisishulp. We geloven in de rol en de kracht van elke module om op moeilijke en complexe zorgvragen een antwoord te bieden. Deze modules kunnen soepel worden ingezet in antwoord op de zorgvragen
  • We staan voor een zo groot mogelijke continuïteit in de hulpverlening, onder andere door het behoud van één contactpersoon als verbindingsfiguur doorheen de verschillende mogelijke modules in de begeleiding
  • Jongeren en hun context participeren actief in hun begeleidingsproces
  • We gaan samen op zoek naar mogelijke hulpbronnen voor het begeleidingsproces, zowel binnen de leefomgeving als door een beroep te doen op bestaande diensten
  • Door overlegmomenten te organiseren met al deze betrokken hulpbronnen, stimuleren we iedereen tot het gepast opnemen van verantwoordelijkheden
  • De samenleving biedt een kader en uitdaging voor de werking:
    • De samenleving reikt handvatten aan om in dialoog te gaan met de betrokken partijen in geval van verontrustende situaties en hierin gepaste acties te ondernemen
    • Veranderende ethische visies in de samenleving dagen ons uit naar een vertaling binnen onze werking
    • Evoluties in de samenleving stimuleren onze organisatie constant tot aanpassingen in functie van een kwaliteitsverbetering van de dienstverlening
    • De overheid biedt als opdrachtgever een regulerend kader waarin wij onze opdracht uitvoeren
    • Als professionele organisatie participeren we actief aan diverse netwerken en overlegstructuren. Deze participatie werkt in 2 richtingen: enerzijds stimuleert ze de organisatie met nieuwe ideeën en werkprincipes; anderzijds is het onze opdracht om de overheid en de samenleving signalen door te geven vanuit de doelgroep en de werking.
Onze waarden
Vanuit onze christelijke inspiratie vertrekken we vanuit een aantal basiswaarden, met openheid en respect voor andere levensbeschouwingen, visies en culturen.
  • Engagement: geraakt worden, betrokken zijn, solidair zijn, ervoor gaan, bewogenheid naar en samen met de anderen
  • Integriteit: eerlijkheid, openheid, loyaliteit, authenticiteit, betrouwbaarheid, oprechtheid
  • Respect: aanvaarden van de andere, van het anders zijn, verdraagzaamheid, breeddenkendheid, onbevooroordeeld zijn
  • Positieve ingesteldheid: uitgaan van krachten en talenten, geloof in groei, in mogelijkheden, in verandering, positief opbouwend, waarderende kijk
  • Soberheid: eenvoud, verantwoord gebruik van middelen en mogelijkheden, niet overdadig, het doen met de beschikbare middelen.
Onze doelstellingen en strategie
Om onze missie en visie te realiseren zetten we in op:
  • Het aangaan van een kwaliteitsvolle samenwerkingsrelatie met de cliënt
  • Het creëren van veiligheid waar de jongere en zijn context rust kunnen vinden en waar er gestimuleerd wordt tot groei
  • Het bieden van een werkkader voor de medewerkers dat
    • Hen ondersteunt in de uitvoering van hun opdracht (visieteksten, functie-en competentieomschrijving, denkkaders en methodieken)
    • Voor hen duidelijkheid schept in wat de organisatie van hen verwacht
    • Hen stimuleert tot groei van hun capaciteiten en talenten, tot het ontwikkelen van deskundigheid
    • Hen toelaat op een constructieve manier samen te werken, zowel onderling in teamverband als individueel ten aanzien van de organisatie
    • Hen uitdaagt om mee te denken en mee te werken aan de uitbouw en verdieping van de organisatie
  • Het profileren van de organisatie als een lerende organisatie. Dit betekent dat er gestimuleerd wordt om continu bij te leren, om kennis en expertise uit te wisselen. Dit betekent ook dat relevante wetenschappelijke ontwikkelingen geïntroduceerd en vertaald worden in de werking, dat vormingsinitiatieven uitgewisseld worden binnen maar ook buiten onze eigen organisatie
  • Het ontwikkelen van een overlegmodel waarbij betrokkenheid en participatie van de medewerkers een essentieel gegeven zijn
  • Het besturen van de organisatie op een ethische en maatschappelijk verantwoorde manier
  • Het voeren van een gepast financieel beleid waarbij de werking in de toekomst geborgen wordt
  • Het professionaliseren van het kwaliteitsbeleid met als doel de kwaliteit van de hulpverbetering te evalueren en optimaliseren
  • Het evalueren en aanpassen van de organisatiestructuur om op een nog betere manier onze opdracht te kunnen uitvoeren
  • Het ons engageren in netwerk- en overlegstructuren
  • Het leveren van een kwaliteitsvolle hulpverlening waardoor we een toegevoegde waarde ten aanzien van de maatschappij bieden
Onze visie op hulpverlening
1. INLEIDING

De missie van onze organisatie wordt als volgt omschreven: “ Vzw Huize Sint-Vincentius begeleidt jongeren die zich in een kwetsbare leefsituatie bevinden én de betrokken personen uit hun leefomgeving, doorheen een hulpverleningsproces waarbij ieders belang een plaats krijgt.

Het doel is de kansen op de verschillende levensdomeinen en het zich verbonden voelen met de samenleving te vergroten.

We gaan hiervoor samen op zoek naar de aanwezige krachten, talenten én beperkingen, zowel bij de jongeren en hun context als bij de medewerkers van de organisatie om zo te komen tot het gepast opnemen van verantwoordelijkheden.”

In de onderstaande tekst beschrijven we onze visie op het waarmaken van deze basisopdracht voor cliënten die een beroep doen op onze organisatie.

Deze visie is van toepassing op alle medewerkers van onze organisatie, ongeacht in welke RFE of in welk team zij werken.


2. DOELSTELLINGEN VAN DE HULPVERLENING = WAT

Wat willen we met onze hulpverlening bereiken?

We werken er naar toe dat de cliënten greep op hun leefsituatie hebben, dat ze weten welke hulpbronnen ze bij zichzelf of anderen kunnen aanspreken om de leefsituatie positief te beïnvloeden en dat ze deze hulpbronnen ook effectief inzetten. Dit wordt ook wel “empowerment” genoemd. In de literatuur wordt dit begrip omschreven als “de kracht vinden om controle over het eigen leven te hebben en geloof in eigen kwaliteiten”.

Onder hulpverlening verstaan we dan alle acties die gericht zijn op het realiseren van deze algemene doelstellingen.

Concreter betekent dit dat we helpen te kijken naar de twee polen van competentie, nl. enerzijds de krachten, aanwezige mogelijkheden en anderzijds de beperkingen. We vertrekken vanuit de krachten, omdat we overtuigd zijn dat het erkennen van reële krachten het zelfvertrouwen doet toenemen of terugvinden en dat erkennen op die manier een hefboom vormt om als persoon te groeien. Het erkennen van beperkingen geeft ruimte voor realistische ontwikkeling en groei.


a. De krachten

  • Het zien van eigen krachten, van krachten bij betekenisvolle contextpersonen en netwerk
  • Het inzetten van deze krachten
  • Het besef dat dit inzetten een invloed heeft
  • Het zich positief verbonden voelen met de leefcontext

b. De beperkingen

  • Het zien van eigen beperkingen, van beperkingen bij betekenisvolle contextpersonen en netwerk
  • Het accepteren van deze beperkingen, d.w.z. het aanvaarden zonder oordeel Het erkennen van deze beperkingen, d.w.z. eraan tegemoet komen door zo naar de krachten te gaan

3. DOELGROEP = VOOR WIE

Wat verstaan we onder “cliënten”?

Zoals in de inleiding genoemd is, zijn we een organisatie die jeugdhulp aanbiedt. Dit betekent dat de centrale cliënt de jongere is. Meer specifiek gaat het om jongeren tussen 0 en 18/21 jaar die in een problematische leefsituatie verkeren.

We vertrekken vanuit de noden van de jongere, zijn verhaal en de noden en het verhaal van zijn leefcontext. Onder deze leefcontext verstaan we het gezin/de gezinnen – inclusief (half)broers en (half)zussen, stiefbroers en –zussen, het huidig netwerk rond de jongere, het netwerk rond het gezin, het toekomstig netwerk rond de volwassen geworden jongere.


4. METHODIEK, HULPMIDDELEN, WETENSCHAPPELIJKE REFERENTIEKADERS = HOE

4.1. Methodiek

We werken volgens het systeem van een oplossingsgerichte, vraaggerichte benadering. Deze benadering geeft ons handvatten om in de praktijk “empowerend” bezig te zijn.

De oplossingsgerichte benadering kent de volgende uitgangspunten:

  • in de hulp ligt de focus op oplossingen en niet op de problemen van de cliënt
  • de cliënten zijn in staat eigen oplossingen te vinden
  • er is altijd sprake van verandering en veranderingen kunnen benut worden als kansen.

Oplossingsgericht werken impliceert dat je er van uitgaat dat bij cliënten altijd een zekere motivatie aanwezig is om wat aan hun problemen te doen. Iedereen die een last heeft, wil van die last af, wil dus verandering.

Door vraaggericht te werken proberen we die last van de cliënt te kennen. De hulpvraag wordt dan bepaald in samenspraak en in een dialoog tussen de cliënt en de hulpverlener. Indien er meerdere cliënten en/of betrokkenen in de hulpverlening zijn, wordt opnieuw door actief te luisteren naar ieders perspectief en ieders deskundigheid een gemeenschappelijke vraag geformuleerd. Van hieruit worden de doelen en de aanpak gespecificeerd. De begeleiding vertrekt vanuit deze doelen.

Vraaggericht werken helpt de hulpverlener om het tempo beter af te stemmen op de vraag van de cliënt en hierdoor de aard van de samenwerkingsrelatie van dat moment, te respecteren.

De aard van samenwerkingsrelatie – van vrijblijvende relatie tot expert-relatie – bepaalt immers welke interventies je doet en welke niet gepast zijn om een constructieve samenwerking te beïnvloeden.

4.2. Hulpmiddelen

Als hulpverlener beschikken we over een gevarieerd arsenaal van hulpmiddelen die ons helpen om aan de concrete doelstellingen te werken.

Wij beklemtonen hierbij dat de keuze voor een bepaald hulpmiddel steeds een afweging inhoudt, nl. zowel de hulpverlener zelf als de cliënt moet het kunnen ervaren als een ‘taal erbij’. Zo kan voor eenzelfde thema of doelstelling een ander hulpmiddel gebruikt worden afhankelijk van de eigenheid van de hulpverlener en afhankelijk van de eigenheid van de cliënt.

Voorbeelden van hulpmiddelen:

  • de wondervraag, schaalvragen, duplo popjes, doos vol gevoelens, kernkwadranten, structuurkaarten, de boekjes van Hink-Stap-Sprong, tal van werkboekjes, voorleesboekjes, enz. Deze zijn geïnventariseerd en door de medewerkers terug te vinden.
4.3. Wetenschappelijke referentiekaders

In ons denken en handelen laten we ons leiden door wetenschappelijk onderbouwde theoretische denkkaders.

We sommen hier de belangrijkste op:

  • psychologie, pedagogiek, orthopedagogiek
  • leertheorieën
  • communicatietheorieën
  • het contextuele denkkader
  • het systeemdenken
  • ouderschapsvisie van Alice van der Pas

Zoals we al aangaven is ons handelen geïnspireerd door één of meer van deze denkkaders.

Bovendien zal ons handelen, naargelang van de vraag, meer volgens het ene dan het andere denkkader uitgewerkt worden. Dit noemen we ook een “eclectische” hulpverlening.

5. BETROKKENEN = MET WIE

Naast het eerder genoemde cliëntsysteem, kunnen andere relevante personen of diensten betrokken worden in de hulpverlening.

Dat kunnen zijn:

  • verwijzers (consulenten en/of dossieraanmelders)
  • ondersteunende diensten zoals een CGG, een OCMW, een dienst begeleid wonen, een mutualiteit, Kind & Gezin, enz.
  • de school, het CLB, enz.
  • het werk, de VDAB, enz.
6. ROL/POSITIONERING HULPVERLENER

Onze doelstellingen en de gebruikte methodiek om deze te bereiken, bepalen de rol of de positie van de hulpverlener in het hulpverleningsproces.

We leggen hierbij 3 accenten:

  • Als hulpverlener ben je een facilitator van het proces. Dit betekent dat je een passant bent die beweging probeert te brengen in het veranderingsproces. Proces staat hier centraal en niet het resultaat. Hierbij sluit de volgende houding aan.
  • Als hulpverlener neem je een niet-weten-houding aan. Dit houdt in dat je de opvatting loslaat dat jouw perspectief op de werkelijkheid de enige juiste zou zijn. Hierdoor ben je beter in staat naar de cliënten te luisteren en je in hun positie in te leven. Je gaat af op de visie en verklaringen van de cliënten en blijft voortdurend nieuwsgierig naar wat er komt. Het is een houding van “verwondering”.
  • Als hulpverlener ben je mede-verantwoordelijk. Dit vertrekt vanuit het evenwaardig partnerschap van alle actoren/betrokkenen. Dit slaat op het proces, op de werkrelatie als op de inhoud of de resultaten. Dit betekent dat je door je inzet in het hulpverleningsproces net als alle andere actoren van dit proces, een aandeel hebt in het verloop en dat je hiervoor verantwoordelijk bent, niet meer maar ook niet minder.
7. ORGANISATIE VAN DE HULPVERLENING

Om deze visie te realiseren organiseren we onze hulpverlening zodanig dat de er een maximale overeenstemming en afstemming van de hulpverlening gegarandeerd wordt. Het is onze betrachting om hulpverleningsbreuken tot een minimum te beperken.

Hierbij hebben we oog voor:

Het inhoudelijk niveau

  • Via continue vraagverheldering komen tot een moduleaanbod op maat van de cliënt.
  • Via continue vraagverheldering komen tot op maat geformuleerde doelstellingen.
  • De cliënt respecteren als eigenaar van zijn doelstellingen (ritme).
  • Door de directe actoren gemeenschappelijk gedragen doelstellingen.
Het procesmatig niveau

  • Eénzelfde contextbegeleider voor de jongere en zijn gezin doorheen het ganse hulpverleningstraject.
  • Door alle betrokken begeleiders verantwoordelijk te stellen voor hun actieve inzet bij het bovenvermelde.
BIJLAGE

Wie meer informatie wil over de omschreven methodiek kan zich verdiepen in volgende boeken :

  • Baeijaert, L. & Stellamans, A. (2009). Vergroot de veerkracht in jezelf en je team. Lannoo Campus.
  • Bannink, F. (2009). Oplossingsgerichte vragen. Handboek oplossingsgerichte Gespreksvoering. Pearson.
  • Bolt, A. (2006). Het gezin centraal. Handboek voor ambulante hulpverleners. Uitg. SWP. Amsterdam.
  • De Bruin, L. (2011). Veranderen in 333 vragen. Oplossingsgericht communiceren voor therapeuten, coaches en managers. Hogrefe Uitgevers BV.
  • De Bruin, L. & Meddens, R. (2012). Oplossingsgericht opvoeden. Doen en denken in mogelijkheden. Hogrefe Uitgevers BV.
  • Le Fevere De Ten Hove, M. e. a. (2008). Survivalkit voor leerkrachten. Oplossingsgericht werken op school. Garant.